Outlaw Country – de opstand tegen Nashville

Outlaw Country – de opstand tegen Nashville 2


Introductie:

Lange haren, baarden, leren vesten en muziek die een stuk rauwer klonk dan veel van wat in Nashville werd geproduceerd. In de jaren zeventig groeiden Willie Nelson en Waylon Jennings uit tot de bekendste gezichten van een beweging die de geschiedenis in zou gaan als Outlaw Country.

Maar wat maakte deze muzikanten eigenlijk tot ‘outlaws’?

Met criminaliteit had het weinig te maken. Achter het rebelse imago ging vooral een strijd om artistieke vrijheid schuil. In deze aflevering van Achter de Muziek kijken we hoe muzikanten zich losmaakten van de gevestigde werkwijze in Nashville – en hoe de muziekindustrie vervolgens ontdekte dat ook rebellie uitstekend verkocht.

Nashville bepaalt het geluid

Om Outlaw Country te begrijpen, moeten we terug naar Nashville in de jaren vijftig en zestig.

Countrymuziek veranderde in die periode. Rock-‘n-roll had een jong publiek veroverd en binnen Nashville werd gezocht naar manieren om country aantrekkelijk te maken voor een breder publiek.

Daaruit ontwikkelde zich de Nashville Sound. Producers als Chet Atkins en Owen Bradley speelden daarin een belangrijke rol. Strijkers, achtergrondkoren en verzorgde arrangementen brachten country dichter bij de popmuziek. De aanpak was succesvol en hielp artiesten als Jim Reeves en Patsy Cline een publiek te bereiken dat veel verder ging dan alleen traditionele countryliefhebbers.

Dat betekende overigens niet dat alle country plotseling hetzelfde klonk. Honky-tonk, bluegrass en andere stijlen bleven bestaan. Aan de Amerikaanse westkust bood de stevigere Bakersfield Sound van onder anderen Buck Owens en Merle Haggard eveneens een alternatief.

Toch hadden producers en platenmaatschappijen in Nashville veel invloed op de manier waarop platen werden gemaakt. Studiomuzikanten, repertoire en arrangementen werden vaak binnen dat systeem bepaald.

Voor sommige artiesten begon dat te knellen.

Waylon Jennings wil zelf bepalen hoe hij klinkt

Waylon Jennings kwam in de jaren zestig naar Nashville en tekende uiteindelijk bij RCA Victor. Hij boekte succes, maar raakte steeds meer gefrustreerd over de manier waarop zijn platen tot stand kwamen.

Jennings wilde zelf nummers kunnen kiezen, zijn eigen muzikanten gebruiken en meer invloed hebben op de opname en productie.

Begin jaren zeventig wist hij die vrijheid daadwerkelijk af te dwingen.

Het verschil werd hoorbaar.

In 1973 verschenen Lonesome, On’ry and Mean en Honky Tonk Heroes. Vooral dat laatste album werd belangrijk voor zijn verdere ontwikkeling. Vrijwel alle nummers waren geschreven door de Texaanse songwriter Billy Joe Shaver.

De muziek klonk directer en minder gepolijst dan veel Nashville-producties uit die periode. Traditionele country en honky-tonk bleven duidelijk aanwezig, maar kregen gezelschap van een lossere aanpak en stevigere invloeden.

Jennings brak dus niet met country.

Hij wilde vooral zelf bepalen hoe zijn country moest klinken.

Willie Nelson vindt zijn vrijheid in Texas

Ook Willie Nelson kende Nashville van binnenuit.

Als songwriter had hij er al grote successen geboekt. Zo schreef hij Crazy, waarmee Patsy Cline in 1961 een grote hit scoorde. Zijn eigen carrière als uitvoerend artiest kwam echter veel moeizamer van de grond.

Begin jaren zeventig keerde Nelson terug naar Texas.

Vooral rond Austin vond hij een andere muzikale omgeving. Countrymuzikanten, singer-songwriters, hippies en rockpubliek kwamen er bij elkaar. De grenzen tussen genres en publieksgroepen waren er minder strak dan in Nashville.

Met Shotgun Willie uit 1973 zette Nelson een belangrijke stap richting de muzikale vrijheid waarmee hij later zo sterk zou worden geassocieerd.

Twee jaar later volgde Red Headed Stranger.

Nelsons contract met Columbia Records gaf hem veel artistieke controle. Hij koos voor een opvallend sobere productie, waarin gitaar, piano en mondharmonica veel ruimte kregen.

Binnen Columbia bestond aanvankelijk twijfel. De opnamen klonken zo kaal dat er vragen waren of het album wel voldoende afgewerkt was voor commerciële uitgave.

Nelson hield vast aan zijn keuze.

Dat bleek succesvol. Red Headed Stranger groeide uit tot een groot commercieel succes en Blue Eyes Crying in the Rain bezorgde Nelson zijn eerste nummer 1-hit als zanger in de Amerikaanse countrylijst.

Daarmee werd duidelijk dat een countryplaat niet volgens de gebruikelijke Nashville-formule hoefde te worden gemaakt om een groot publiek te bereiken.

Meer dan Willie en Waylon

Outlaw Country draaide niet uitsluitend om Nelson en Jennings.

Tompall Glaser speelde eveneens een belangrijke rol. Zijn studio in Nashville, bekend als Hillbilly Central, werd een ontmoetings- en opnameplek voor muzikanten die buiten de gebruikelijke Nashville-werkwijze wilden werken.

Ook Jessi Colter werd een belangrijk gezicht binnen de beweging. Daarnaast waren songwriters en muzikanten als Billy Joe Shaver onderdeel van de bredere kring rond de nieuwe, onafhankelijkere countrymuziek.

Ze klonken lang niet allemaal hetzelfde.

Dat is belangrijk, want Outlaw Country was geen genre waarvoor precies kon worden voorgeschreven hoe een plaat moest klinken. De overeenkomst zat minstens zo sterk in de houding tegenover het maken van muziek.

Meer zeggenschap over repertoire, muzikanten en productie stond centraal.

Waar kwam de naam Outlaw vandaan?

Opmerkelijk genoeg kreeg de beweging haar beroemde naam pas toen veel van die veranderingen al gaande waren.

Nashville-publicist Hazel Smith wordt door de Country Music Hall of Fame genoemd als degene die de term Outlaw music gebruikte voor de muziek rond Waylon Jennings.

RCA-directeur Jerry Bradley zag vervolgens de commerciële mogelijkheden van die naam.

In 1976 bracht RCA het verzamelalbum Wanted! The Outlaws uit, met muziek van Waylon Jennings, Willie Nelson, Jessi Colter en Tompall Glaser.

De vormgeving versterkte het beeld. De hoes was opgezet als een ouderwetse wanted poster, waardoor de artiesten letterlijk als muzikale buitenstaanders werden gepresenteerd.

Het concept sloeg aan.

Wanted! The Outlaws werd de eerste country-lp die door de Recording Industry Association of America platina werd gecertificeerd voor een miljoen verkochte exemplaren.

Daarmee ontstond een opmerkelijke tegenstelling: een beweging die mede was ontstaan uit de wens om meer onafhankelijkheid van de muziekindustrie te krijgen, werd door diezelfde industrie succesvol als Outlaw Country op de markt gebracht.

Was Outlaw Country werkelijk een opstand tegen country?

Eigenlijk niet.

Waylon Jennings en Willie Nelson wilden de traditionele countrymuziek niet afschaffen. Hun muziek was juist diep geworteld in country, honky-tonk, western swing en andere Amerikaanse tradities.

Hun verzet richtte zich vooral tegen de manier waarop anderen bepaalden hoe hun platen moesten worden gemaakt.

Daardoor kon de muziek rauwer worden en kregen ook rock- en folkinvloeden meer ruimte. Maar één vast Outlaw-geluid bestond nooit. Nelsons sobere Red Headed Stranger klinkt bijvoorbeeld heel anders dan het stevigere werk van Jennings uit dezelfde periode.

Toch werden beiden boegbeelden van dezelfde beweging.

En daarin ligt misschien de belangrijkste betekenis van Outlaw Country.

Het succes van deze artiesten liet zien dat countrymuzikanten een groot publiek konden bereiken terwijl ze meer controle hielden over hun eigen werk. Tegelijkertijd veranderde het outlaw-imago zelf in een commercieel aantrekkelijk begrip.

Daardoor herinneren we ons vandaag misschien vooral de baarden, lange haren, leren vesten en het rebelse uiterlijk.

Maar daarachter zat een veel interessanter verhaal.

Outlaw Country ging uiteindelijk niet over wie zich het meest als een rebel gedroeg.

Het ging om de vrijheid om je eigen muziek op je eigen manier te maken.

Luister zelf:

Waylon Jennings – Lonesome, On’ry and Mean
Een nummer uit de periode waarin Jennings steeds meer controle kreeg over zijn eigen opnamen en zijn muziek een directer karakter kreeg.

Willie Nelson – Blue Eyes Crying in the Rain
De sobere uitvoering op Red Headed Stranger laat horen hoe weinig Nelson soms nodig had om tot de kern van een countrynummer te komen.

Lees ook:

Waylon Jennings – 4 Classic Albums On 2 CDs
Een blik op Jennings vóór zijn Outlaw Country-periode.

Various Artists – Live Forever: A Tribute To Billy Joe Shaver
Een eerbetoon aan een belangrijke songwriter van de Outlaw-generatie.

Willie Nelson – Bluegrass
Willie Nelson keert terug naar zijn country- en rootsbasis.