Review: Neal Black & The Healers – Number 3 Monkey

Neal Black & The Healers – Number 3 Monkey
Format: CD – Digital / Label: Gel Production – DixieFrog Records
Release: 2026
Tekst: Gerard Haarhuis
Neal Black, zoon van een Duitse moeder en native American vader is al bijna 50 jaar actief in de muziekwereld, in het begin vooral als “supporting act” voor Stevie Ray Vaughan, de band van de broer van Stevie Ray, de Fabulous Thunderbirds, George Thorogood en ook Leon Russell maar vanaf de 80-er jaren begon hij albums onder eigen naam uit te brengen en dat zodanig succesvol dat we nu toe zijn aan album nummer 12! Toen hij naar New York verhuisde en daar zijn eerste album uitbracht, droeg dat niet zonder reden als titel NYC-tracks. Van daar af ging het dus crescendo.
Naar het schijnt woont hij nu in Frankrijk en is het niet zo vreemd dat dit nieuwste album verschenen is op het Dixiefrog-label, een best wel
op de blues gericht label, Frans en in Parijs gevestigd.
Alles goed en wel, maar wie zijn nou eigenlijk die Healers?
Als eerste natuurlijk Neal Black zelf op gitaar en vocals en gitaar is een rekbaar begrip van Neal heeft een bijnaam:
The Master Of High Voltage Texas Boogie,waarbij hij ook af en toe de dobro ter hand neemt !
Mike Lattrell op keys
Guillaume (Frans voor Willem) Destarac op drums
Abder Benachour op bas
en er zijn enkele fijne gasten uitgenodigd:
Florian “Flo” Bauer op gitaar
Nico Wayne Toussaint op harmonica
Janet Martin op gitaar en background vocals
Het album verschijnt dus op Dixiefrog maar het kan ook zijn dat het bij ons uitkomt op Gel Production en gedistribueerd wordt via PIAS, een van de mooie labelnamen die ik ken omdat het staat voor Play It Again Sam en dat is een oproep waar ik graag gehoor aan geef!
Om te beginnen met de titelsong Number 3 Monkey, zoals het hoort gelijk een lekkere inswinger met veel slide en een heerlijke piano! Number 3 Monkey, de drie apen die hun oorsprong hebben in een Japanse beeldspraak die ons leert: Zie geen kwaad, hoor geen kwaad en spreek geen kwaad. In Nederland ingekort tot: Horen, zien en zwijgen, dat bij ons echter een andere betekenis heeft gekregen dan de als levenslessen bedoelde betekenis in Japan. Bij ons het meer iets geworden van: wat je ook hoort of ziet, praat er niet over, of pragmatisch als wij Nederlanders zijn, “uit de buurt blijven”, “niet mee bemoeien”, daar krijg je alleen maar problemen mee.”
Devil Got My Woman, een cover van Skip James, heerlijk akoestisch gitaarspel in dit nummer uit 1931! Onder meer ook gecovered door de broer van Maria, Geoff Muldaur, Bonnie Raitt, Canned Heat én Gregg Allman op zijn album ‘Low Country Blues’ uit 2011. Neal: “I’d rather be the devil than that woman’s man!” Dat laat niets aan duidelijkheid over in dit lekker voortkabbelende nummer.
Choose Your Poison, waarin Flo Bauer de leadgitarist is, gelijk vlammend scherp met flinke keys erachter, lekker lopend, bijna swingend zelfs. Ook mooie backing en harmony vocals in een tekst die ons de keus geven waaraan we zelf ten onder willen gaan. Keus in overvloed. Heel lekker nummer met veel ruimte voor de snaren, begeleid door strakke drums en bas. Ook stevig zonder overheersend te zijn.
Blues mét harmonica in That Money met een lekkere cynische tekst over geld en wat er zogenaamd mogelijk is als je er maar genoeg van hebt… De stem van Neal lijkt af en toe op die van Johnny Cash. Achternaam? Mooie vergelijkingen worden er gemaakt waardoor de wereld toch nog een beetje in orde lijkt… Mooi.
Een dromerig sfeertje, à la onze “Nederlandse” Massada, het heet niet voor niets Mellow Moon Melody. Het is instrumentaal maar je hoort als het ware de woorden dóór de muziek heen! Een mooi rustpunt, de nodige slide, zou ook maar zo de muziek onder een nummer van Bob Seger of Bruce Springsteen kunnen zijn, of ook Van Morrison! Heel apart. Heel mooi.
Als je ’s nachts óver de moerassen kijkt kun je wel eens een blauw-groenige waas waarnemen. Bewegend ook. Dat zijn de Lights Of Fifolet, een geestesfiguur, ontstaan in de Cajun- en Houmas-indianen-cultuur waaraan werd toegedicht dat het reizigers zou misleiden om het moeras in te stappen… met alle gevolgen van dien. Ook als quasi hypnotiserend omschreven. Lekker swampy als melodie. Doffe drums, dreigende aanhalende harmonica, beetje piano en gitaar. Met toch een mooie, scherpe gitaarsolo waarmee gelijk de melodie wat zwaarder is geworden, waarschijnlijk met de bedoeling het dreigende onheil af te wenden. Mooi verhaal. Mooi “verteld”.
No Way To Get Along, een cover van Robert Wilkins uit 1930!, voluit in feite That’s No Way To Get Along en ook al gecoverd door Eric Clapton. Het nummer is bekender als Prodigal Son en dat kunnen we kennen van de Rolling Stones en Steve Howell op zijn album My Mind Gets To Ramblin’ uit 2008. Steve Howell, die ook regelmatig voorbij komt op Bluestownmusic.nl.
Lekker traditioneel, drums als een trein, vocals erbij van Janet Martin waardoor er een bluesy country sfeertje ontstaat zonder dat het écht country wordt! Heerlijk akoestische solo van Janet en dit nummer loopt als een trein en dat is ook precies de bedoeling van de tekst. “I’m going away to my mama, to see my dear old mama.” Om zijn moeder alles te vertellen wat hij zoal meemaakt en de vaststelling dat That’s No Way To Get Along. Ondersteunende hoofdrol voor de harmonica. En aan het eind van het nummer komt “de trein” letterlijk tot stilstand. Bestemming bereikt! Heel mooi. Uit 1930 en nog steeds tijdloze tekst!!! Reverend Robert Wilkins!!! Héél mooi!
Drum-intro, scherpe gitaarriffs, een beetje als Dr. John maar dan toch meer rockend, Dead By Now. Veel verhalen weer, basic!, “poten in de klei” en een constatering dat als er niets verandert je zo ongeveer Dead By Now zou zijn… Lekker funky zelfs, rammelende gitaar en het ene na het andere voorbeeld leidt elke keer tot dezelfde conclusie! Dead By Now. Ook lekker sarcastisch.
Nog een instrumentaaltje, Truckstop Be Bop, vanaf de eerste tonen ben ik niet in staat bewegingloos te luisteren. Stampend, stuwend. Keyboards, harmonica, country-gitaarlijn, drums en bas en een helder solerende gitaar, een beetje als Jan Akkerman als ZZ & de Maskers… Ook best wel in de stijl van de latere Livin’ Blues!
Als een soulnummer uit de Motown-stal begint Say Goodbye, dat echter al snel overgaat in een “normaal” bluesrock-nummer. Countryrock zelfs door veel piano, veel slide en met harmony vocals gezongen. De dagen van “wine and roses” liggen achter ons dus is het volstrekt begrijpelijk to Say Goodbye. Het heerlijke pianospel doet denken aan Bruce Horsby & the Range met The Way It Is. Ook heel mooi dus!
Weer zingend als Johnny Cash begint Neal aan een min of meer country-thema in Let It All Hang Out, dat echter een lekkere blues shuffle is en een verhaal dat wat je ziet zeker niet altijd is wat het lijkt… Lekker vlot en swingend door de fijne drums en bas met hele dragende keys en piano erachter/eronder!
Het afsluitende nummer op dit fijne album heeft de passende titel His Last Song meegekregen. Mooi beeld van een artiest ná de glorievolle dagen. Publiek dat weg blijft en de terechte vraag van Neal om ermee de waarheid onder ogen te zien “Where will he be, when he sings His Last Song?” Je ziet maar al te vaak die verdrietige beelden van artiesten in een wanhopige poging nog één keer te shinen en aan te haken wie hij of zij was maar overduidelijk niet meer is.
Mooie afsluiter, gevoelig gezongen, fijn ondersteunend gitaar- en pianospel. Mooi.
Neal Black & the Healers hebben met ‘Number 3 Monkey’ een heel puik album afgeleverd. Veel variatie, enkele instrumentale nummers, veel herkenbare levensverhalen in niets aan duidelijkheid overlatende teksten. En eigenlijk geen zwakke nummers, verschil in beleving komt door smaak. Dus… van harte aanbevolen!
Tracks:
01. Number 3 Monkey
02. Devil Got My Woman
03. Choose Your Poison
04. That Money
05. Mellow Moon Melody
06. Lights Of Fifolet
07. No Way To Get Along
08. Dead By Now
09. Truckstop Be Bop
10. Say Goodbye
11. Let It All Hang Out
12. His Last Song
Website: https://www.nealblack.net/
