Review: Johnny Max Band – Johnny Max & His So-Called Friends

Johnny Max Band – Johnny Max & His So-Called Friends
Format: CD – Digital / Label: Pour Soul Records
Release: 2025
Tekst: Gerard Haarhuis
Johnny Max, Canadees en naamgever van de Johnny Max Band heeft net hun 8e album uitgebracht onder de titel ‘Johnny Max & His So-Called Friends’. De vorige albums voor de volledigheid: ‘Long Gone Train’ (2001), ‘In The Doghouse… Again!’ (2003), ‘Ride And Roll’ (2005), ‘A Lesson I’ve Learned’ (2007), ‘It’s A Long Road’ (2009), ’49 Minutes… Of The Best We Have’ (2016) en ‘Roadhouse Soul’ (2018).
Die Johnny Max loopt dus al een tijdje mee in het muziekwereldjemet zijn band (JMB) en is in die jaren overladen met prijzen voor hun optredens, albums en zelfs voor afzonderlijke nummers. Nu dus een nieuw album, met twaalf nummers, uitgebracht op Pour Soul Records en ook overal digitaal beschikbaar.
De JMB heeft de volgende bezetting:
– Johnny Max op lead vocals
– Jim Casson op drums en percussie, terwijl Jim samen met Johnny de productie van het album heeft gedaan
– Mitch Lewis en Dylan Wickens op gitaar
– Steve Goldberger op bass
– Bill Evans op keyboards en nee dat is niet de jazzpianist Bill Evans want die is in 1980 overleden en ze schijnen ook geen directe familie van elkaar te zijn.
De volgende deelnemers aan dit album mogen zich de “So-called friends” van Johnny Max noemen:
– Neil Chapman op gitaar
– Wayne Deadder op gitaar en vocals
– Jay Burr op tuba! (5)
– Dave Dunlop op trompet (6)
– Russ Boswell op bas
– Quisha Wint, Suzie Vinnick en Sabine Casson op vocals
– en last but not least
– Nan McAneney die de “spoken voice” doet
Met zóveel vrienden moet het wel een gezellige bedoening zijn geweest tijdens de opnames in de twee studio’s waar dit album is opgenomen, Mark Lalama’s “The Shed” en Jim Casson’s “Pit Studio”.
Tijd om de vriendschap op de “proef” te stellen!
Het album opent met You Can Do Better Than Him, een gezellige intro waarin Johnny Max vertelt dat z’n vader hem altijd uitdaagde met de woorden You Can Do Better Than Him! Herkenbaar. Lekkere melodie, makkelijk gezongen, piano solo, dito op slide, kortom een beetje Dr. John-nummer door de voortdurende piano ónder de melodie. Mooi.
Een gesproken intro door Nan McAneney gaat vooraf aan het swingende How The Other Half Lives. Mooi gedreven melodie. Johnny zingt: “I don’t have love, I had my fun,” en nu is het tijd om te ontdekken hoe de andere “helft” van de wereld heeft geleefd, How The Other Half Lived. Dolenthousiast gezongen met dito background vocals terwijl de begeleiding als een trein doorgaat! Mooi!
Blijkbaar is het niet genoeg, I’ve Said All The Sorry’s I’m Gonna Say want het maakt niet voldoende indruk op haar af te laten stappen van het idee dat hun relatie “comes to an end.” Trieste boel, wat niet gezegd kan worden van het nummer zelf want het is een lekkere melodie, diep “ouderwets” gitaarspel, puike drums en bas. Mooie hoge background vocals. Mooi.
Might As Well Be On Mars is geschreven door Neil Chapman en Graeme Williamson en in die hoedanigheid uitgebracht als een nummer van het Pukka Orchestra waar beiden deel van uitmaakten. Johnny wilde het nummer graag op zijn album zetten en vond Neil ook nog eens bereid dan de gitaarpartij voor z’n rekening te nemen! Een lekker “zagend” nummer met veel keyboards eronder. Johnny stelt zich een leven voor, zittend in z’n penthouse, de New York Times lezend, zodanig dat hij het gevoel heeft dat z’n leven Might As Well Be On Mars waar alleen de sterren nog enige betekenis hebben… Een zinsbegoocheling waar steeds meer mensen last van schijnen te hebben als ze dat denken dat hun vette bankrekening louter hun eigen verdienste is… Ach… what goes up, must come down! Altijd! En op voorhand: Beterschap en zet een lekker stukje muziek op. Dat helpt. Ook altijd!
Een lekker cynisch nummer met lekkere gitaar-uithalen!
Lang gewacht maar hier is Jay Burr op z’n tuba in een échte tubamelodie, fijntjes begeleid door een akoestische gitaar. Dat is I’ve Never Met A Bridge. Alweer heerlijk cynisch over het sociale leven met collega’s waarmee je werkt en nooit je vrienden zullen worden, familieleden waar je het liever niet over hebt en meer van dat soort feestvreugde “verhogende” relaties. Heel mooi!
Een lekker slome melodie, ingeleid door heerlijk trompetspel van Dave Dunlop geven Johnny de gelegenheid te mijmeren over These Are The Things That Make Me Think Of You. Heerlijk ontspannen. Top! Dave Dunlop wordt niet genoemd in de bio maar hoort er natuurlijk wel gewoon bij, zeker met zulk fijn trompetspel!
Er zijn van die combinaties… Memphis Women & Fried Chicken. Johnny is hongerig naar liefde maar ook naar Fried Chicken en dat kun je volgens Johnny gegarandeerd vinden bij Memphis Women! Lekker gezellig gezongen met veel backing vocals, dit nummer van Dan Penn dat al tientallen jaren op de setlist staat van de JMB maar nog nooit op een album. Tot nu dus, en terecht.
Strakke drums, percussie, bas en gitaren beginnen aan het funky Kiss From Joanne. Weer raakvlakken met New Orleans of beter Dr. John… En hoe gezellig dit nummer ook écht is, Johnny wil maar één ding: A Kiss From Joanne. Top, een beetje Iko Iko en fijn gitaarspel begeleid door subtiele keyboards. Mooi gevarieerd uitgewerkt ook!
Wat begint als discriminatie wordt door Johnny gelijk getrokken. Wat goed is voor de een is ook goed voor de ander. What’s Good For The Goose Is Good For The Gander! Een fijne piano-boogie met rammelende “bij”-geluiden. Lekker stuwend met een hoofdrol voor Bill Evans! Top!
Nog een tandje sneller, op keyboards met groepsgewijze vocals waardoor er een heuse gospel ontstaat inclusief “Oooh” door een van de zangeressen. When You Love Somebody. Met een toepasselijke solo op keyboards, begeleid door female vocals. Ik zeg het vaker maar probeer hier maar eens stil bij te blijven zitten! Lukt niet! Top!
In tijden van nood… Johnny zingt in Be Good To Yourself dat “You can count on me when it’s a friend you need.” Een nummer dat in de bio wordt toegeschreven aan Frankie Miller die er in 1977 wel een hit mee had maar het nummer is toch echt in 1975 geschreven door Andy Fraser, hoewel andere bronnen melden dat Andy het nummer sámen met Frankie geschreven heeft.
Voor de jongere bezoekers van Bluestownmusic.nl: Andy Fraser was bassist en richtte op 15-jarige leeftijd, samen met zanger Paul Rodgers, gitarist Paul Kossoff en drummer Simon Kirke, The Free op, niet alleen bekend van All Right Now (met in latere versies een prominentere baspartij op de voorgrond), maar ook zeker met nummers als Mr. Big, Oh I Wept, Heavy Load, The Hunter en nog veel meer! Aanbevolen om je in te verdiepen! Heerlijke BLUESmuziek!
Maar… terug naar Johnny Max en zijn so-called friends met Be Good To Yourself waarin hij de garantie geeft er te zijn wanneer er “a friend” nodig is. Maar tegelijkertijd “Be good to yourself every day and every night!” want Graham Nash zong al in Wounded Bird op zijn iconische eerste solo-album Songs For Beginners de wijze woorden: “In the end remember it’s with you you have to live.” Ook van harte aanbevolen dit album! Veel gedraaid in mijn militaire diensttijd, samen met Déjà Vu van Crosby, Stills, Nash & Young en thuis gekomen met de nodige zandkorrels tussen de groeven… In het geval van Be Good To Yourself van Johnny Max hebben we een lekker stampend doorlopend nummer waarvan de inhoud qua tekst inmiddels wel duidelijk zal zijn na mijn uitgebreide verhaal hiervoor. Top.
Ooit Paul Newman horen zingen in een film? Weliswaar bedeesd maar toch. In de film Cool Hand Luke zingt Paul Plastic Jesus. De melodie is dezelfde als Woodie Guthrie’s Oklahoma Hills en de film zelf uit 1967 laat Paul Newman/Cool Hand Luke zien in de gevangenis nadat hij een aantal parkeermeters heeft vernield… Tijdens zijn straf overlijdt zijn moeder en de gevangenisdirecteur weigert Luke naar de begrafenis te laten gaan, bang als hij is dat Luke zal vluchten. Uiteindelijk doet Luke dat toch en wel meerdere keren om de laatste keer in een kerkje terecht te komen waar hij zich beklaagt bij “God” over zijn leven. En dat nummer dat Paul Newman dan zingt, Plastic Jesus wordt geacht een parodie te zijn want die Plastic Jesus is een plastic Jezus-figuur op het dashboard van zijn auto… Heel basic gezongen door Johnny en alleen begeleid door een simpel gitaartje komt in dit hele korte nummer tóch álles samen, de favoriete film van Johnny Max, het nummer in de film gezongen door Paul Newman, de oorspronkelijke melodie van, hoe kan het anders, Woodie Guthrie én het feit dat Johnny Max met zijn Band en de so-called friends hiermee het album afsluiten. Kan het mooier?!
Een bijzonder album, dat is het. Want zonder hoogdravende toppers kent dit album géén zwakke plekken! Wanneer hoor je zoiets?! Alles klopt gewoon, mooie verhalen, teksten die er toe doen, puike muziek, lekkere solo’s en eigenlijk een heel persoonlijk album van Johnny Max! Heel mooi. Zo mooi zelfs dat ik me gerust de vrijheid heb gegund af en toe (..) uit te wijden naar “anderen” die echter meer dan ogenschijnlijke raakvlakken hebben met de heerlijke muziek op dit album en het waard zijn daarom genoemd te worden, ook al gaat het natuurlijk om Johnny Max, zijn Band en de so-called friends. En door de zijpaadjes naar The Free en Graham Nash of zelfs Dr. John wil ik alleen maar benadrukken hoe fijn dit album is!
Zonder meer aanbevolen dus, met 12 uit 12 als favorieten!
Tracks:
01. You Can Do Better Than Him
02. How The Other Half Lives
03. I’ve Said All The Sorrys I’m Gonna Say
04. Might As Well Be On Mars
05. I’ve Never Met A Bridge
06. These Are The Things That Make Me Think Of You
07. Memphis Women & Fried Chicken
08. Kiss From Joanne
09. What’s Good For The Goose
10. When You Love Somebody
11. Be Good To Yourself
12. Plastic Jesus
Website: https://www.johnnymaxband.com/
