Review: Nederblues – Loek Dekker en Ben Maarleveld

Nederblues – Loek Dekker en Ben Maarleveld
Verschijningsvorm: Paperback
Taal: Nederlands
Uitgeverij: Noordboek – Van Gorcum
Aantal pagina’s: 306
Druk: 1
ISBN: 9789464714425
Release: 2026
Tekst: Gerard Haarhuis
Uitgegeven door Noordboek-Van Gorcum, ruim 300 pagina’s met veel foto’s en afbeeldingen van hoezen, waarbij herinneringen naar boven komen en soms het water in de mond loopt om maar weer eens gauw een aantal van die grijs gedraaide platen tevoorschijn te halen en er weer onverminderd van te genieten alsof het “gisteren” was!
In het boek een voorwoord van Tine Schoemaker, zangeres van Barrelhouse, de band die ook ruimschoots besproken wordt in het boek.
Naast een uitgebreide inleiding over het ontstaan van de blues, ook weer met veel foto’s gelardeerd en een langzame ontwikkeling in het “overwaaien” van de blues naar ons land, hetzij via de States, dan wel via Engeland.
En natuurlijk kan geen enkel boek compleet zijn. Er is een keuze gemaakt. Die keuze is natuurlijk arbitrair. Zelf vind ik dat de Bintangs er met het aantal pagina’s dat er aan deze toch wel onderschatte band besteed wordt er een beetje bekaaid van af komt. Maar eenieder staat het natuurlijk vrij na het lezen van dit best wel uitvoerige boek, zelf op zoek te gaan naar meer informatie. Er is tenslotte, meer dan ooit, voldoende te vinden over elke band en artiest die ook maar “iets” van muziek heeft gemaakt.
Met een titel als ‘NEDERBLUES’ had er volgens mij ook een hoofdstuk besteed moeten worden aan de inmiddels 78-jarige en nog steeds zeer actieve Hans Theessink. Niet omdat hij net als ik in Enschede geboren is, hoewel Enschede natuurlijk best wel muzikale stad is gebleken. Denk maar aan de Buffoons (voorheen The White Rockets) die meestal optraden in hun thuisbasis “Modern” aan de Parkweg in Enschede, Teach In (Ding-a-dong!), Willem Wilmink, Henk Elsink (ik zie me nog lopen over de Janninksweg op weg naar de kleuterschool, hand in hand tussen mijn beide zussen en al vroeg op de Janninksweg gekomen, hoorden we al van verre Henk Elsink altijd studentikoos op z’n trombone toeteren in een van de laatste huizen vóór de Pathmossingel! Hij moet toen rond de 20 zijn geweest en nog geen spoor van de cabaretier die hij later geworden is). Nee, niet daarom. Wel natuurlijk wel omdat Hans vanaf de vroegste jaren 60 al muzikaal actief was en ook al optrad met zijn Silly Skiffle Group en nu dus zo’n 60 jaar op de planken staat. Daarom dus.
En over Enschede gesproken, ik ben er natuurlijk best wel een beetje trots op want ook Gert & Hermien Timmerman en Wilma (Landkoon) “Zou het erg zijn lieve opa” en “Een klomp met een zeiltje” (..) komen uit Enschede. In mijn jonge jaren bestond mijn muziekwereld nog uit Gert & Hermien, Duitse schlagers, Rocco Granata en meer van dat soort “vormende” muziek… Tót, ja tót, mei 1967! Toen kwam Procol Harum met “A whiter shade of pale” en ik was om! Muzikaal gezien kun je wel zeggen dat ik opnieuw geboren was. En van daaraf ging het snel, J.J. Cale, Rory Gallagher, Eric Clapton, Allman Brothers Band, Marshall Tucker Band met de zwaar onderschatte, fantastische gitarist Toy Caldwell!, Wet Willie, ook Santana, Osibisa, Malo en Azteca en in Nederland Earth & Fire, Solution en Alquin en die laatste nog steeds in de vorm van Lone met Michael van Dijk en meestergitarist Ferdinand Bakker!, acht albums hebben die twee inmiddels al afgeleverd! en dat zo’n beetje tot nu toe met Derek Trucks en de Tedeschi Trucks Band. Oftewel, zo’n lijst kan ieder van jullie ongetwijfeld ook makkelijk opstellen, vol herinneringen aan onvergetelijke live optredens en meer! Het leven!
Maar… terug naar het boek want het gaat er in deze recensie natuurlijk om welke bands en artiesten er wél in staan. En dat zijn Cuby + Blizzards, de Bintangs, Livin’ Blues, Brainbox, de Oscar Benton Blues Band, het al even aangehaalde Barrelhouse, mijn favoriete bluesband Flavium en tenslotte Frank van den Bergh, alias Magic Frankie. Links en rechts worden er natuurlijk ook zijpaadjes bewandeld en waar dat niet het geval is en ikzelf vind dat ik zo’n zijpaadje moet bespreken, jullie kennen mij, zal ik dat zeker niet nalaten.
Het boek begint met een aanstekelijke inleiding van Tineke Schoemaker, vanaf 1974 de zangeres en het gezicht van de Barrelhouse Bailey Blues and Boogie Band, die mét haar als zangeres de naam van de band inkortten tot simpelweg Barrelhouse. Na de inleiding van Tineke komt er een niet minder vermakelijke anekdote van Ben Maarleveld waarin de aanschaf van een boek over de Livin’ Blues uiteindelijk leidt tot het idee van dit boek waarover ik nu een recensie mag schrijven. Ook deze anekdote maakt in dit geval Ben duidelijk hoe je soms in “het leven” besmet kunt raken met wat ik voor het gemak dan maar samenvattend “de blues” noem. Allemaal heel toevallig en ook net zo logisch als wat! Opnieuw, het leven!

Ben Maarleveld verzorgt vervolgens een uitgebreide inleiding over de oorsprong van de blues en de uiteindelijk onvermijdelijke komst naar Europa. Een mooie inleiding met als vertrekpunt dat we ons altijd moeten realiseren dat de muziek is ontstaan uit de ellende van de slavenhandel vanuit Afrika. Daarom ook mijn bewondering voor Osibisa: “Osibisa, criss cross rhythms that explode with happiness. We gonna start this happy vibes right from the root and the root is early one morning in the heart of Africa”, aldus Osibisa in het nummer “The dawn” van hun titelloze debuutalbum, die met de vliegende olifant op de hoes, een ontwerp van Roger Dean, die ook verantwoordelijk was voor het ontwerp van veel hoezen van Yes.
Natuurlijk komen we onszelf ook tegen in die slavenhandel, want als er maar geld te verdienen is, zijn we erbij. En ook dat wordt terecht meegenomen in deze mooie inleiding, vol anekdotes, namen, foto’s, enz. om dan uiteindelijk uit te komen bij John Mayall & his Bluesbreakers, Cyril Davies én niet te vergeten Alexis Korner.
Ook mooi een afbeelding van het American Folk Blues Festival ’65 in de Houtrusthal in Den Haag met optredens van Buddy Guy, Big Mama Thornton, Eddy Boyd en nog veel meer grootheden en… de toegangsprijs voor al dat moois? ƒ 5,-! Fantastisch toch! Je zult nu nog maar kunnen zeggen dat je erbij was! Oef!
En hierna is “het boek” écht aan de beurt! Om het een beetje overzichtelijk te houden hanteer ik dezelfde volgorde als in het boek, dus begin ik met het hoofdstuk over Cuby + Blizzards, toch een beetje het Nederlandse equivalent van John Mayall & his Bluesbreakers wat mij betreft, ook al is de impact van John Mayall veel groter geweest door de grootheden die uit zijn band zijn voortgekomen en een glanzende solocarrière hebben opgebouwd nadat ze vertrokken bij de Bluesbreakers. Cuby + Blizzards zijn dan denk ik veel meer baanbrekend geweest in een muzieklandschap waar nog zo goed als niets was op het gebied waar C+B de “dorre akker hebben omgeploegd”… Harry Muskee de zanger, Eelco Gelling de gitarist waarvan John Mayall vond dat hij één van de beste gitaristen ter wereld was. C+B begeleidden eens Van Morrison op een paar van zijn concerten en Van wilde Eelco gelijk meenemen naar Amerika…
Alle verhalen komen voorbij, vanaf de beginjaren, de successen, de personeelswisselingen, het uiteenvallen, de voortdurende “gebruiksaanwijzing” om Harry een beetje bij de les te houden, Herman Brood, ook als stand-in als Harry weer eens geen zin had om op te treden, álles! tot en met het uiteindelijke “voortbestaan” in ‘Red, White ‘n Blue; met het door mij zeer gewaardeerde titelloze album met dezelfde naam, maar het bleek een laatste stuiptrekking te zijn, er zijn nog een paar pogingen, Jan Akkerman is er als gitarist én vriend, er komt nog een “Jubileumtour” maar eens houdt het op!
In Grolloo staat nu het C+B-museum, gevestigd in de boerderij waar Harry een aantal jaren heeft gewoond.

Het hoofdstuk over Cuby + Blizzards wordt afgesloten, zoals alle hoofdstukken in dit boek, met een (selectieve) discografie van albums en een bronvermelding. Cuby + Blizzards hebben hoe dan ook en in welke vorm en samenstelling dan ook bestaan van 1962 tot 2011. Harry is inmiddels overleden en Eelco is nu 79!
De subtitel bij het hoofdstuk over de Bintangs heet “Altijd de beuk erin.” Het leven. Alweer. Dat nu net een jazznummer van Lionel Hampton zorgt voor de doorbraak van de Bintangs! “Ridin’ on the L&N”. In 1961 begonnen broers Frank op bas en Artie op gitaar met Meine Fernhout op slaggitaar hun Bintangs avontuur. In hun vakanties werken ze in een conservenfabriek om geld bij elkaar te verdienen voor betere geluidsapparatuur. In 1963 komt Henk van Bezu bij de band als drummer en even later wordt de band compleet met zanger Wil Nimis. De Bintangs omschrijven zichzelf als de Nederlandse Rolling Stones! In 1966 mogen ze samen met de Outsiders van Wally Taks het voorprogramma van de Stones verzorgen in de Brabanthallen in Den Bosch.

En net als alle bands op weg naar volwassenheid hebben de Bintangs te maken met de nodige personeelswisselingen. In 1972 maakt de band zelfs nog een doorstart zonder dat er nog een oorspronkelijk bandlid meedoet… In 1973 verschijnt er een 3cd-compilatie onder de titel ‘Complete collection – The early years ’63-’73′. De broertjes Kraaijeveld gaan met Gerard Borst op drums en Hein Brandjes op gitaar verder als Kraaijeveld, hebben een fijne hit met “Mona Lisa” maar even later verlaat Arti de band om Carlsberg op te richten en toch… rond 1974 ontstaat er het idee om de Bintangs nog een keer nieuw leven in te blazen, Frank biedt aan zijn Kraaijeveld in te brengen in de “nieuwe” Bintangs en al snel verschijnen de eerste singles met bescheiden succes en uiteindelijk staat er nu voor 2026 een Bintangs Bye Bye afscheidstournee op de agenda, eindigend op 11 oktober 2026 in de Victorie in Alkmaar. Maar… bij de Bintangs weet je het maar nooit…
Verder met de Livin’ Blues waarvan het verhaal begint bij Ted Oberg die al een aantal prestaties op zijn naam heeft staan maar vanaf het album ‘Blues Breakers” van John Mayall mét Eric Clapton, vooral door het spel van die laatste weet dat hij aan een eigen band moet gaan werken. In november 1966 start “zijn” Livin’ Blues! Met Cesar Zuiderwijk op drums die in 1970 verhuist naar de Golden Earrings terwijl bandlid Henk Smitskamp vertrekt, in zijn geval naar de Sandy Coast. Trouwens opmerkelijk hoe vaak je de naam van George Kooymans tegenkomt als iemand die nummers schrijft voor meerdere bands in die jaren tot en met het ontdekken van Earth & Fire waarvoor hij ook hun eerste hit “Seasons” schreef. Helaas te vroeg overleden hebben we George nog mee mogen maken in het bijzondere samenwerkingsverband met Henny Vrienten en Boudewijn de Groot als Vreemde Kostgangers! Heerlijke muziek!
Het tweede album van Livin’ Blues “Wang dang doodle” komt uit, daarna “Bamboozle” en nog best wel veel albums zonder echte hitnoteringen. Peter Green van Fleetwood Mac vraagt Livin’ Blues nog wel voor een concertreeks van een week in Engeland, de moeder van Ted wordt door Paul Acket gevraagd bij hem te komen werken en aangezien Paul ook eigenaar is van de toen zeer populaire bladen Muziek Expres en Popfoto, leverde dat veel publiciteit op. (De grootste concurrent van beide bladen is Muziek Parade, met Rob Out als hoofdredacteur! Later dus “wereldberoemd” bij Radio Veronica!) Muziek Expres promoot ook een door Ted Oberg gegeven gitaarcursus! John Lagrand voegt zich bij de band met zijn fameuze harmonica-spel waardoor de band een nog sterker bluesgeluid kan laten horen! In 1975 wordt het live album ‘Live ‘75’ uitgebracht met opnames uit Kunstmin in Dordrecht.

Ted Oberg en Nicko beginnen nog aan Indiscrimination, krijgen zoals het hoort ruzie, maken allebei aanspraak op de naam Livin’ Blues, waarna Ted zijn band simpelweg Oberg noemt. De moeder van Ted, ook al manager van Livin’ Blues, blijft de zaken van Oberg behartigen. In 2011 speelt Oberg hun laatste concert en daarmee komt er ook aan het verhaal van Livin’ Blues een eind terwijl er in 2019 nog een absoluut aan te bevelen box verschijnt met de eerste vijf albums + een bonus-cd, met als boxtitel “The first five”.

En dan volgt het hoofdstuk over Brainbox waarvan ikzelf altijd vond dat het nooit een hechte band was maar meer elke dag dat ze bestonden een gelegenheidsformatie van die dag beschikbare muzikanten, zonder hun muziek daarmee tekort te willen doen want zó erg was het natuurlijk ook weer niet.
In tegendeel! Voor een mooi overzicht van hun muziek verwijs ik nu al vast naar de verzamelaar “To you”. Mooi, mooi. Natuurlijk weet ik dat het beeld dat ik van Brainbox heb niet correct is, maar ja, soms heb je zo’n gevoel en gevoel is waar het op aan komt in de blues, of niet soms? Voorlopig vind ik het hoofdstuk in het boek over Brainbox het meest indrukwekkend. Je zult in 1968 toch maar in een situatie zitten waar Kaz Lux en “zijn” Mary zich mee geconfronteerd zien…! Lees het boek en huiver. Als je achteraf weet dat alles goed komt kan liefde op afstand iets heel moois zijn, maar als je er middenin zit… Kaz, Kazimierz Pawel Jacobus Lux, met een Poolse vader die in 1944 heeft meegevochten om het Brabantse Oosterhout te bevrijden is in 1947 getrouwd met de moeder van Kaz, dochter van een politieman. Kaz wil meedoen aan een talentenjacht heeft echter geen band maar trommelt een aantal muzikanten op waarmee drie nummers worden ingestudeerd waarvoor Kaz zowel de muziek als de tekst schrijft. Hij noemt de gelegenheidsformatie Impulse, naar het label waar hij in die periode veel jazzplaten van beluistert. De band wint de talentenjacht, zal een plaat (single) gaan opnemen maar de drie nummers vindt de platenmaatschappij niet goed genoeg maar ze horen daar al wel de bijzondere kwaliteit van Kaz’ stem.
In de komende jaren krijgt wat later Brainbox zal worden al een beetje vorm, met Jan Akkerman, Pierre van der Linden en Wim Jongbloed, toen al studiomuzikanten bij dezelfde maatschappij, worden “Down man” en “Woman’s gone” opgenomen maar ook daarover is de maatschappij niet tevreden. Kaz blijft gewoon geld verdienen met verschillende baantjes en doet gewoon weer mee met de band Truce waar hij al in meedeed. In december 1968 zijn Jan Akkerman en Pierre van der Linden het studiowerk zat en geven te kennen dat ze een eigen band willen oprichten waarvoor ze dan alleen nog een zanger zoeken, Kaz kennen ze al van het studiowerk dus de combinatie is snel gelegd. Ik vergelijk de stem van Kaz Lux wel eens met Gregg Allman, beide stemmen hebben zó ontzettend veel diepgang, kunnen heel zuivere hogere regionen bereiken maar ook en net zo goed dat raspende, rauwe van de doorleefde blues in hun stem laten doorklinken. Een fantastische combinatie, zodanig dat ik gerust durf te stellen dat er geen nummer is waarmee Kaz níet “aan”- of “binnen” komt! Een absolute kwaliteit!

De nu dus gevormde band krijgt de naam Brainbox. En voor mij is de muziek van Brainbox, ook nu nog steeds zo aantrekkelijk vanwege de grote en prettige variatie in hun nummers. Een combinatie die ik ook tegen kom bij korter bestaande bands als Marakesh en Arkus, die mij zo bekoren vanwege de langere en fijn uitgewerkte nummers. Alle singles die in de volgende jaren worden uitgebracht, behalen stuk voor stuk, terecht, vrij hoge noteringen. Leuk is ook de ontstaansgeschiedenis van het eerste titelloze album waar een 17 minuten durende versie op staat van “Sea of delight” op staat, een nummer dat bij live optredens ook meestal flink werd uitgerekt.
Ik heb het album gelijk maar weer eens gedraaid en het is werkelijk fantastisch goed, en om op Rory Gallagher te parafraseren: “They don’t make them like this anymore!” Succes heeft z’n prijs en ook Brainbox krijgt te maken met de nodige personeelswisselingen. Rudy de Queljoe, komt van Dragonfly en vervangt de vertrokken Jan Akkerman die een tijd later Pierre van der Linden losweekt van Brainbox om hem op te nemen in Focus en zo gaat het eigenlijk maar door. Er komen nog optredens, in wisselende bezettingen waaronder ook de originele, maar we weten het: Brainbox is niet meer. Kaz Lux ging solo, is inmiddels 78 en in zekere zin nog steeds actief.
We zijn op de helft. Tijd voor Oscar Benton en zijn Oscar Benton Blues Band, een “baasje” met een uitgesproken mening, niet zo verwonderlijk voor de “Waterman” in Den Haag geboren als Ferdinand van Eis die met “Bensonhurst blues” zijn grootste succes beleefde in 1981. Als pianist Stef Willems in de band wordt vervangen door Han van Dam mag hij van Oscar de naam Barrelhouse Bailey gaan dragen. Barrelhouse? Jazeker. Zo komt de naam van Oscar Benton vaker in dit boek voor… Ze treden op op het Loosdrecht Jazz Concours en winnen daarmee een platencontract. Vrij snel komt er zowaar een album uit met
twaalf nummers waarvan er vier door Oscar zijn geschreven. Trouwens in de Oscar Benton Blues Band spelen meer leden die later in Barrelhouse terecht zullen komen! Oscar heeft zo z’n ambitie want ja, hoe klein is Nederland tenslotte, maar een vurig gehoopte doorbraak in Amerika komt er niet, dus wordt het “afzetgebied” uitgebreid naar Duitsland en België. Platenverkopen zijn niet “je dat” maar optreden doen ze veel en komt er af en toe toch een album uit, zoals gezegd, niet “je dat”. Er volgen, zoals gebruikelijk in de scene, weer een paar personeelswisselingen. Een nieuw platencontract bij Bovema/EMI koppelt hem aan docente Nederlands én pianiste en zangeres Monica Verschoor met wie hij ook een aantal singles opneemt, ook wordt er nog een album in elkaar gefrommeld waarop van John Mayall “geleend” applaus moet suggereren dat het publiek laaiend enthousiast is. Duitsland wordt wel enthousiast als hun hit, het van Sonny & Cher gecoverde “All I Ever Need Is You” vertaald wordt naar “Was ich brauche, das bist du.” (..).

Nieuwe personeelswisselingen doen de band geen goed en Bovema laat de band vallen, wil echter wel een single maken met Oscar en dat wordt dan “Bensonhurst Blues”, het nummer slaat niet aan, wordt door Alain Delon in een film gebruikt en ja hoor, “Bensonhurst Blues” wordt Oscar’s populairste hit!
Maar ook daarna is het lastig. Creativiteit en inspiratie drogen op, er komt nog een Blue Eyes Bluesband maar die band is een kort leven beschoren, er stond een come back-tournee gepland voor 2021 maar Oscar overleed in november 2020 op 71-jarige leeftijd. Onder het bekende motto: Keeping the blues alive, bleef het vuurtje toch nog branden en werd het opnieuw aangewakkerd door Barrelhouse, de band die in het volgende hoofdstuk wordt beschreven.
Barrelhouse dus, door Ben Maarleveld omschreven als de meest hechte Nederlandse bluesband, ook al omdat ze in 1974 zijn opgericht, in 2025 hun laatste afscheidsconcerten hebben gespeeld en dus meer dan 50 jaar hebben bestaan! Het hoofdstuk begint met een citaat van Tineke Schoemaker uit een interview met De Telegraaf in 1983 met Jip Golsteijn: “Ik wil over 50 jaar in een rolstoel het podium op worden geduwd om nog een mooi moppie blues te braken.” Opmerkelijk! Want dat is precies wat “Dangerous” Dan Toler, een zeer ondergewaardeerde gitarist heeft gepresteerd! Dan speelde veel met zijn broer David “Frankie” Toler in de bands van Gregg Allman en Dickey Betts. Dan werd getroffen door de ziekte ALS maar de muziek “in” hem wist van geen ophouden zodat “Dangerous” Dan zijn laatste optredens écht verzorgde vanuit een rolstoel met de gitaar op z’n schoot! Dit alles dan vanwege “een” citaat…!
Barrelhouse. Oscar Benton stopt in 1974. Bandleden stappen over en noemen zich de Barrelhouse Baily Blues and Boogieband (BBBB), er wordt een zanger gezocht en dat wordt Simon Vlietstra, beter bekend als Shakey Sam, zanger, gitarist én mondharmonicaspeler! Wat wil je nog meer? Omdat BBBB de zaakjes goed voor elkaar heeft, heeft Shakey Sam daar juist moeite mee en verlaat de band en begint z’n eigen Shakey Sam Bluesband. BBBB zit dan natuurlijk wel zonder zanger(es…) maar zoals wel vaker speelt “toeval” in rol in het leven van mensen. Alweer “het leven” dus! BBBB treedt op in Alkmaar en daar is ook Tineke Schoemaker die een paar nummers met de band meezingt en dat zodanig goed doet dat ze gelijk gevraagd wordt zich aan te sluiten bij de BBBB. Dat doet ze en wat er daarna gebeurt is onderwerp van het hoofdstuk in dit fenomenale, adembenemende boek waarin je blijft lezen en bladeren!
Op zoek naar een broodnodig platencontract komen ze uit bij Munich Records waar al snel het eerste album verschijnt onder de titel ‘Barrelhouse’. En zo gaat het door. En zoals meer bands bouwt Barrelhouse een hele puike reputatie op door hun live optredens! Een plaat luisteren is één, dat live “meemaken” is de kers op de pudding! Het tweede album, met verandering in de stijl van de nummers, ‘Who’s Missing’ wordt flauwtjes ontvangen. Recensenten van naam
zijn dermate kritisch dat het album feitelijk afgekraakt wordt. Zoals gezegd, hun live-reputatie heeft daar zeker niet onder te lijden. Het volgende album wordt, heel slim, een live album ‘Hard To Cover’ en ondanks het rommelige sfeertje slaat de plaat wel goed aan, nog steeds echter niet bij de recensenten…
Barrelhouse houdt de moed er in een vooral het plezier. Albums blijven met regelmaat verschijnen maar Barrelhouse heeft én houdt de reputatie van een échte live band! En toch lijkt op enig moment ook Barrelhouse uit elkaar te vallen! Tineke heeft zonder de band een aantal nummers opgenomen waar ook Tineke zelf erg enthousiast over is. Toch wil de band nog één keer live knallen met daarvan een album als blijvend resultaat.
De hoes echter spreekt echter al boekdelen, net als bij Buffalo Springfield en later ook bij de Eagles, staan alle bandleden “gezamenlijk” op voorkant van de hoes, er is echter telkens iemand die een andere kant op kijkt. Op de hoes van Barrelhouse lopen de bandleden bijna illustratief weg van Tineke. En niet veel later vertrekt Tineke inderdaad bij Barrelhouse en wordt ze vervangen door Jony de Boer die een toch wel heel ander geluid laat horen dan Tineke. Intussen gaat Tineke verder met haar One Two-project en als dat niet zo lekker loopt komt er nota bene een reünie van de Oscar Benton Blues Band. Even later wordt “Bensonhurst Blues” dé grote hit van Oscar Benton.
Het karakter en leefwijze van Oscar staan een succesvol vervolg in de weg en grappig genoeg is er weer een “samenkomen” tussen Tineke en de overige bandleden die in de voorliggende tijd vooral als begeleiders van Oscar speelden in de herboren Oscar Benton Blues Band. Barrelhouse wordt opnieuw opgericht en dát betekent dan weer het feitelijk einde van Oscar’s band. Jan de Bruijn doet op hun “eerste” album mee als gitarist en dat vind ík dan weer bijzonder. Over Jan de Bruijn en zijn 3cd-set ‘The Child Remained‘ schreef ik in 2025 namelijk mijn eerste recensie voor Bluestownmusic.nl! Toeval? Of toch weer “het leven”!
In het boek daarom ook een terechte verwijzing naar de band waar Jan onderdeel van was, The Crew. Puike muziek kan ik je zeggen! En alsof ze nooit zijn weggeweest heeft Barrelhouse succes als nooit tevoren, er komt weer een album ‘Fortune Changes’. Wat heet? Er wordt veel live opgetreden want dat is tenslotte wat ze het liefst doen en waar ze zo verrekte goed in zijn! Door het rijpen der jaren, noem het volwassen worden, worden hun albums eigenlijk alleen maar beter en beter! In 2011 én 2013 wordt Tine bekroond als beste blueszangeres van Nederland.

Zonder dat ze het waarschijnlijk zelf weten komt in 2016 hun laatste album uit ‘Almost There’, een titel die inderdaad later blijkt voor velerlei uitleg vatbaar te zijn en hoewel Tineke de 50 jaar nog niet helemaal heeft volgemaakt houdt Barrelhouse op te bestaan na hun laatste afscheidsconcert op 12 oktober 2025.
Als je alle verhalen leest is het een prestatie van formaat om als band zolang te bestaan en ook relevant te blijven. Da’s écht een prestatie, geleverd door Barrelhouse, ook door de Golden Earring, in het buitenland door de Rolling Stones en de Allman Brothers Band en in Nederland ook nog door Flavium, de band die in het volgende hoofdstuk beschreven en ook nog steeds alive and kicking is!
Flavium. Ik moet vooraf eerlijk bekennen dat Flavium mijn favoriete bluesband is. Alle albums zitten in mijn verzameling. Voor de recensie van dit boek is dat echter niet van invloed omdat ik puur weergeef wat er ín het boek staat, met hooguit hier en daar een persoonlijke twist. Het hoofdstuk van Loek Dekker over Flavium is trouwens ook lekker uitgebreid en volledig.
Vanaf de oorsprong in het Apeldoornse, het bedenken van een passende naam voor de band, eerst Colosseum maar die bestond al, in Engeland, opgericht door drummer John Hiseman, tenorsaxofonist Dick Heckstall-Smith en bassist Tony Reeves. Alle drie afkomstig van John Mayall. Nee, Colosseum kon dus niet. Oprichter Anne-Geert Bonder, gitarist, 16 jaar, verzint dan Flavium. We schrijven dus 1969 en… anno 2026 bestaat Flavium nog steeds! Zoals zovele bands viel ook Colosseum ook uit elkaar maar Hiseman richtte in 1975 Colosseum II op waarin o.a. Gary Moore speelde maar ook die samenwerking hield niet lang stand. Zanger Mike Starr vertrok al na het eerste album en na het derde album keerde Gary Moore terug naar Thin Lizzy.
Het moest dus Flavium worden, het werd Flavium en het is nog steeds Flavium. De eerste keer dat ik ze live hoorde was vele jaren geleden op de Zomerfeesten in Hengevelde, twee dagen muziek, de ene dag pop, rock en aanverwant, de andere dag Nederlandstalig. Ook Magna Carta speelde die dag, die we later ook nog vele malen live hebben mogen bewonderen. Flavium begint, muziekinstallatie op de bakfiets in Apeldoorn en omgeving. Ook Flavium krijgt te maken met personeelswisselingen. Waarom ook niet? Ondanks dat zijn de leden van de band overtuigd van wat ze willen én kunnen en daardoor ontstaat er een solide samenwerking. Ze krijgen een platencontract bij Ivory Towers Records en maken daar vier albums waarna ze overstappen naar Polydor. De albums, vooral het eerste ‘Bad Luck’ krijgen lovende kritieken. Er worden vergelijkingen gemaakt tussen het gitaarspel van Hans Driesten en Anne-Geert met Jeff Beck en Roy Buchanan! Concurrentie van punk en disco is hevig maar net als Barrelhouse is er voldoende werk voor Flavium om gewoon dóór te gaan!
Een kleine muzikale inzinking is er vanaf het derde album, veroorzaakt door een poging de taken onderling beter te verdelen door de band uit te breiden zodat het live ook allemaal behapbaar blijft. In 1978 doen ze het voorprogramma van Rory Gallagher in de Jaap Eden-hal in Amsterdam en daarna wordt ook de kwaliteit van de albums weer zoals het van Flavium verwacht mag worden. Door de jaren heen houdt Anne-Geert met Eelco Gelling van C+B en speelt zelfs op zijn gitaar! Terecht worden in het hoofdstuk de albumhoezen besproken in de Polydor-jaren. Gauw vergeten verder. Een bewijs dat “You can’t judge an album by the cover!” Gelukkig gaat het om de muziek en dat zit dus wel snor. Het is ook zeker een pluspunt dat veel nummers door de leden van de band zelf geschreven worden en dat er overeenstemming is over welke covers een plaatsje krijgen op elk album. Ook de hausse in Nederlandstalige muziek in de jaren 80, met bands als Doe Maar en dergelijke, overleeft Flavium. Na vijf jaar Polydor en dito bemoeienis op creatief en commercieel gebied vertrekken ze daar, brengen een live album uit op het kleine Boni Records, en daarna blijft het een beetje rommelen qua platenmaatschappijen.
Eind jaren 80 weer een aantal personeelswisselingen maken de muziek van Flavium er niet frisser op. Het is wel goed maar niet zoals “vroeger”. Vanaf die tijd nemen ze nummers op in hun live repertoire van B.B. King en Fleetwood Mac en van de laatste dan natuurlijk (!) alleen nummers uit de Peter Green-periode! Ribs & Blues in Raalte en Culemborg Blues zijn de festivals waar Flavium het liefst komt spelen. Als Hans Driesten in 1999 moet afhaken door persoonlijke omstandigheden komt er nota bene versterking van Kaz Lux en Rudy de Queljoe! Er worden muzikale zijpaadjes bewandeld, er zijn gehoorproblemen bij Kaz en toch, en toch…, slaagt men er in “de boel” bij elkaar te houden en Flavium te laten voortbestaan!

En tenslotte is het 2023 als Erwin van Ligten als gitarist bij de band komt en met hem verschijnt in 2025 het album ‘Flavium Plays Peter Green’s Fleetwood Mac’. De laatste regels geven de verklaring voor hun meer dan 50-jarige bestaan mooi weer: Uit welke leden de band ook bestaan heeft en nu uit bestaat, Flavium speelt altijd wat ze zelf mooi, goed en leuk vinden!
Het laatste volwaardige hoofdstuk in dit boek over “onze” NEDER- BLUES gaat verrassend genoeg over Magic Frankie, Frank van den Bergh uit Breda. Frank’s vader, automonteur, gezin met 7 kinderen, is geen prater, maar in de weinige vrije tijd die hij heeft, speelt hij graag piano en kan daar zijn gevoelens in kwijt. Hoe “blues” wil je het hebben? Zeker die generatie vaders waren geen praters waar vaders dat nu ook nog maar amper zijn… Frank hoort al jong de blues op tv en dan is Frank “wakker”! Gitaarles, zelf arrangementen makend op de lesstof of, zoals het zo treffend in het boek staat: Frank is een natuurtalent. Om met z’n eerste bandje te kunnen spelen waarin z’n jongste broer Coen drumt, wordt er regelmatig gespijbeld.
In 1980 speelt Frank mee met de South Side Blues Band die een kerstconcert geeft in de koepelgevangenis in Breda en dat maakt een verpletterende indruk, iets wat ook op Frank zelf blijkbaar grote indruk maakt, getuige de latere Magic Frankie Jailhouse Bluestour waarmee hij optreedt in diverse gevangenissen in Nederland, een beetje de Nederlandse tegenhanger dus op dat gebied van B.B. King. In een kroeg in Breda waar Frank speelt zegt een bezoeker tegen hem: “Het is magic als jij gaat spelen!” en daarmee is de artiestennaam van Frank van den Bergh een feit: Magic Frankie! Als iemand je vocale kwaliteiten dan ook nog eens omschrijft als zijnde een “black cat” dan weet je dat je iets neergezet hebt.
En het eerste album ‘Are You Listenin’!!” krijgt lovende en soortgelijke kritieken. In 1989 opent de band vóór B.B. King in Groningen! Ze toeren met Ray Charles waarna het tijd wordt voor een volgend album, ‘It’s Magic’. Als B.B. King in 1992 weer optreedt in Nederland is het geen verrassing dat Frankie met z’n band gevraagd wordt om het voorprogramma te doen. En zo gaat het vaker als B.B. in ons land speelt.

En ook in dit hoofdstuk komen we George Kooymans tegen die een studio heeft in het Belgische Rijkevorsel waar Frankie en de band in 1993 hun volgende album opnemen ‘Build For Comfort’. Personeelswisselingen, zijpaadjes met anderen wisselen elkaar af en ook verschijnt er weer een nieuw album ‘Hearts In Sorrow’. In 1999 is dan het onvermijdelijke gebeurd, rechtenkwesties kosten Frank veel geld, bandleden stappen over naar Ana Popovic, Frank vindt zichzelf terug, treedt veel op op festivals tot hij in 2003 getroffen wordt door een hersenbloeding. Het artiestenleven eist zijn tol, hij was als volwassen man altijd al een stevige verschijning, maar weegt inmiddels 145 kg met een te hoge bloeddruk, na het herstelproces met ups en downs volgt er ook een scheiding en ook hier speelt “het leven” – alweer het leven! – z’n eigen rol.
Een lid van een Harley Davidson-club klopt bij Frank aan en wil van hem gitaarles zodat hij op een feestje van de club kan spelen en, je raadt het al: Ze treden samen op, Frank krijgt de smaak weer te pakken, speelt mee op de cd van de Southside Blues Revue en dus… is Frank weer “in business” nu als Magic Frankie and the Blues Disease en dubbel verrassend weer voor mij: In Breda treedt hij op samen met Jan de Bruijn, van The Crew, zoals al eerder beschreven door mij in deze recensie. Na de nodige gezondheidsproblemen en lang wachten krijgt hij in 2022 een niertransplantatie om later dat jaar gewoon weer op de
planken te staan in Oss bij het Engel Blues Festival! Ook in 2025 treedt Frankie nog veelvuldig op én hij heeft nog meer dan voldoende nieuw materiaal op de plank liggen, dus is het te hopen dat dat materiaal nog uitgebracht wordt…! Tenslotte heet Frank van den Bergh niet voor niets Magic Frankie!!!
Tenslotte eindigt het boek met een epiloog waar min of meer een samenvatting gegeven wordt van hoe succesvol de NEDERBLUES is geweest en nog steeds is, getuige de nieuwe generatie muzikanten die in het kort beschreven worden, zoals Ralph de Jong, Julian Sas, Leif de Leeuw en Sem Jansen, Guy Smeets en de nog piepjonge Merijn Bevelander en Luka Holkenborg.
De laatste pagina’s van het boek zijn dan besteed aan adressen van de belangrijkste bluessites in Nederland en België en Amerika, ook een overzichten van de artiesten die zijn opgenomen in de Dutch Blues Hall of Fame en de winnaars van de Dutch Blues Challenge om daarna het boek écht af te sluiten met een dankwoord door beide schrijvers Loek Dekker en Ben Maarleveld.
En daarmee zit deze recensie voor Bluestownmusic.nl er ook zo’n beetje op. Met deze, zelfs voor mij, lange recensie heb ik er geen twijfel over willen laten bestaan dat dit boek verplichte kost is voor elke muziekliefhebber, de bluesliefhebber in het bijzonder! Dat dit een zó lange recensie is geworden betekent zeker niet dat ik het boek in gedeelten heb overgeschreven. Nee, zeker niet. In het boek staat nog onvoorstelbaar veel meer waar ik omwille van de “beknoptheid” van een recensie geen woorden aan heb besteed.
Ik ga het boek nu nog eens in alle rust lezen en wat ik ook ga doen is aan de hand van de hoofdstukken en de vermelde discografie, dat oude vinyl weer eens uit de kast halen en draaien zoals ik gedurende het schrijven van deze recensie al heb gedaan met het eerste album van Brainbox. Maar ook dat in alle rust en niet allemaal achter elkaar. Dat kan ook helemaal niet. Tenslotte liggen er na deze omvangrijke recensie van het boek NEDERBLUES al weer een hele stapel nieuw verschenen albums te wachten op hun recensie, zoals altijd voor: Bluestownmusic.nl!
Website: https://noordboek.nl/noordboek/
