Review: Brother John – Black Crow

Johnny Never & John Colgan-Davis

 

Brother John – Johnny Never And John Colgan-Davis - Black Crow

Brother John – Black Crow
Format: CD – Digital / Label: Independent
Release: 2025

Tekst: Gerard Haarhuis

Nog nooit gehoord van Brother John? Kan kloppen. Wel van Johnny Never en/of John Colgan-Davis? Waarschijnlijk wel. En deze beide heren, die al langer samenwerken, hebben besloten die samenwerking “handjes en voetjes” te geven in de vorm van hun debuutalbum met als titel ‘Black Crow’ onder de “groepsnaam” Brother John. Het album is in eigen beheer uitgebracht en digitaal beschikbaar op alle gangbare platforms.

Johnny Never is de zanger/gitarist van het duo en John Colgan-Davis is befaamd om zijn fraaie harmonica spel. ‘Black Crow’ is een (overwegend) akoestisch album geworden waar de volgende hulptroepen voor in huis zijn gehaald:
Mark Shewchuck op percussie (4, 6, 7, 10 en 13)
Alan Lewine op contrabas (6 en 10)
Jimmy Pritchard op akoestische bas (7 en 9)
Chicago Carl Snyder op piano (13)
Monica Moran en Holly Hoffmann zingen de backing vocals op (9) terwijl op (1) Shannon Robards daar bij aanschuift

Ik ga maar eens luisteren wat deze ‘Black Crow’ ons allemaal te bieden heeft…

Het album begint met Bread And Salt, het enige dat in huis is, als “zij” vertrokken is omdat “hij” een keer te laat thuis kwam. Een pure plantage-blues. Veel backing vocals in een herhalende tekst met mooie harmonica en handclaps.

New Sovereigns Blues, nieuwe gouden munten, onverslijtbaar en niet zo zeer als betaalmiddel, wat het wel is, maar meer als investering aangehouden door de “snelle jongens”, vanwege de kwaliteit van de legering en het hoge goudgehalte en een vrouw die achter dat soort rakkers aangaat, die valt bij onze jongens niet in de smaak. Liever iemand in de categorie: Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Die ook weet dat haar man niet thuiskomt met de eerste de beste leugen en haar ook nog eens bedriegt… Duidelijk: Geld is nog steeds het slijk der aarde, zwarter dan zwart met alleen een gouden randje aan de buitenkant.

Een eerste indruk is vaak het belangrijkst of op z’n minst een goede binnenkomer. Nou, dan gaat Svelte Man Blues precies dáár over. Johnny zingt erover dat hij een slank postuur heeft en uitermate goed voor de dag komt. Een puike verschijning zogezegd. Dát is een Svelte Man. De uitdrukking is als “svelto” afkomstig uit Italië en dat gezegd hebbende is een verdere toelichting overbodig… Ook weer een klassieke blues, bestaande uit rustige vocals, harmonica en akoestische gitaar. Mooie harmonica-solo ook waaronder de gitaar fijn begeleidend is waarna beide heren los gaan in hun solo’s. Mooi.

Als je, zoals in titelnummer, afhankelijk bent van een Black Crow om je Eleanor naar je terug te brengen dan ben ik bang dat dat een onmogelijke constructie wordt… Mooi gezongen door Johnny, zo lieflijk dat Eleanor zou kunnen bezwijken en rennend terug komt maar aan het eind van het nummer overheerst het gevoel van Johnny dat “I’ve got a bad, bad feeling that the woman I love is gone…” Mooie, rustige melodie en toch een onbevredigende afloop…

Heel mooi en melodieus, dit Dirt Road Blues, vragen alom voor Johnny, wat is wijsheid, puik harmonica-werk van John die de tekst perfect opvolgt met zijn harmonica-lijnen.

Je kunt nog zoveel van haar houden, écht waar! maar als je een Wandering Eye Blues hebt dan weten beiden dat je vroeg of laat weer op pad móet, want dat Wandering Eye hè… Mooie melodie, dit keer vooral vormgegeven door het fijne gitaarspel van Johnny, heel subtiel begeleid door John. Het heeft iets van Leon Redbone. Heel mooi.

Ach ja, oost west, thuis best. Zoals het klokje thuis tikt, oftewel in de woorden van Brother John: No Place Like Home. Waar dan ook nog je vrouw op je wacht, “The woman I call my own.” Een terecht mooi en kort nummer want je kunt inderdaad niets beter doen dan blijven herhalen dat er No Place Like Home is, inclusief begeleidende percussie-footsteps, lekkere hoekige harmonica-begeleiding en mooi gitaarspel, nog net niet slidend. Mooi.

Lekker dubbelzinnig. Eerst niemand willen vermoorden terwijl daar misschien wel aanleiding toe is, maar nee, dat gebeurt niet zo lang je That Thing You Did Last Night… doet. En dat er zelfs in de Bijbel staat dat je niemand mag vermoordenheeft menigeen er niet van weerhouden het tóch te doen, dus ja… Een lekkere slome blues met dito begeleiding. Niemand wordt er vermoord, “not you, not your boyfriend, nobody!” Toch best wel een gekunstelde tekst die ook door de vocalen van Johnny wat mij betreft niet helemaal uit de verf komt… De begeleiding op gitaar is ook zodanig dat het bedoeld is om een vorm van spanning mee te geven aan het nummer, weer dus ja…

Old Man Mose, die er door z’n “baby” uitgezet is en nu even niet meer verder weet, hoe, wat, waar naartoe. Backing vocals geven het nummer een drive, fijn gitaarspel met lekkere uithalen op harmonica. Het loopt niet goed af want aan het eind van het nummer is Old Man Mose, liggend in een alley, doorzeefd met kogels, “dead and gone”. Old Man Mose.

Een grotere tegenstelling is bijna niet denkbaar als het volgende nummer Sexy Baby Blues heet. Een lofdicht op “z’n” baby die o zo sexy is en mocht ze ooit bij hem weg gaan dan heeft Johnny de Sexy Baby Blues. Voor twee heren op leeftijd een bijna kinderlijke tekst. Wel een hele fijne bluesmelodie.

Een Whiskey Glass is zelden “halfvol”… Een bijna “Spaanse” gitaar opent het nummer met hele subtiele begeleiding van de harmonica, lekker landerig langzaam met een heel verhaal over een Whisky Glass waaraan ogenschijnlijk het verloop van een hele dag aan voorbij trekt van “The sun comes up” tot aan de “Moonlight dancing.”

Dit vind ik een mooie tekst, Five Miles. “It’s Five Miles up, it’s Five Miles back to the chicken shack” en “Once you start, there’s ain’t no going back” Een heerlijk zinloze afstand: Five Miles up en Five Miles back!

Het laatste nummer van het album, Cook It To The Bone, over z’n vriendin die “het spel” tot in de finesses beheerst, hem om haar vinger windt en hem nooit de zekerheid geeft haar te “bezitten”, “She Cooks It To The Bone, gaat tot het uiterste, haalt alles er uit wat er in zit. Never a dull moment, zullen we maar zeggen. Een lekker stuwend en “vol” nummer waaraan ook de piano deel neemt, veel percussie ook. Een waardige afsluiter van dit album. Een fijne boogie.

Brother John, Johnny Never en John Colgan-Davis, hebben met het album ‘Black Crow’ vooral een gewoon heel gezellig en licht bluesalbum afgeleverd. Alle nummers met als basis de soms wat magere vocalen van Johnny waar tegenover staat dat hij wel een hele puike gitarist is, begeleid dan wel solerend door John met zijn harmonica. Een “licht” album omdat het door Johnny zelf geschreven nummers zijn en dat maakt dit album vrij licht. Logisch ook. Klassiekers nemen alleen al door hun lange geschiedenis van nature méér gewicht mee. Daarom zijn het ook klassiekers! Die lichtheid van het album zit ‘m dan ook nog eens in de soms erg gekunstelde, “gemaakte” teksten.

Dat alles maakt ‘Black Crow’ tot een gewoon lekker gezellig album. Geen noemenswaardige hoogstandjes, daarvoor ontberen de nummers onderling de variatie. Maar wel gewoon erg lekker!

En ondanks mijn punten van kritiek heb ik best wel veel “favorieten”:
Svelte Man Blues, Dirt Road Blues, Wandering Eye Blues, No Place Like Home, Five Miles erg goed!) en tenslotte Cook It To The Bone.

Dus, gewoon een lekker gezellig album, gewoon van begin tot eind afspelen en lekker en gezellig van genieten!

Tracks:
01. Bread And Salt
02. New Sovereigns Blues
03. Svelte Man Blues
04. Black Crow
05. Dirt Road Blues
06. Wandering Eye Blues
07. No Place Like Home
08. That Thing That You Did Last Night
09. Old Man Mose
10. Sexy Baby Blues
11. Whiskey Glass
12. Five Miles
13. Cook It To The Bone